Dik in de mist

We ontbijten in het zonnetje in de kuip (wel onder de kuiptent šŸ˜‰ ). Rond een uur of half elf zien we langzaam de boel dichttrekken. Er komt toch geen mist? We kijken het even aan, maar het lijkt net als gistermiddag alleen op de wal te zijn. Op het water ziet er nog helder uit.

Beter toch maar op te schieten. Direct buiten de pieren kunnen de zeilen op en varen we, scherp aan de wind, net 3 knopen. Bij de vaargeul ter hoogte van de prinses Margrietsluis begint het toch dicht te trekken. Rob kijkt snel op de webcam in Stavoren. Daar willen we vandaag heen en daar is het helder. We gaan er maar vanuit dat het tijdelijk is. Na het oversteken van de vaargeul hebben we ook vrijwel geen beroepsvaart meer. Hooguit andere recreanten.

Vooralsnog zien we alleen maar minder en minder. Na een half uur hebben we nog geen 50 meter zicht. Tja… wat is wijsheid? Doorgaan of teruggaan? Officieel moeten we voor anker, maar dat voelt ook niet echt goed. We besluiten door te varen, uitgaande dat het straks opklaart. We checken om de 10 minuten de webcam in Stavoren en daar blijft het helder. Des te dichterbij we komen, des te eerder moet het toch opklaren? We varen vlak langs de afbakening van ondiep water bij de Friese kust aan. Dat klinkt dicht bij de kust, maar praktisch gezien is dat al bijna een mijl uit de kant.

Het trekt al snel dicht. Hier hadden we nog wel 50 tot 70 meter zicht.

Gelukkig hebben we AIS. Iedereen met AIS kan ons zien en wij hen. We worden er echter hardhandig aan herinnert dat niet iedereen dat heeft. De hele tijd staat Rob in de mist te turen, bedacht dat er ieder moment toch een schip kan opdagen. Op de AIS zien we een schip naderen en als het ons gepasseerd is (we kunnen net de contouren zien op een meter of 40) letten we even niet op. Samen checken we nogmaals de webcam in Stavoren en zien ineens een volle geblazen gennaker op nog geen 10 meter van de boot voorbij varen. Zowel zij als wij schrikken ons rot. Ogen op de weg, eh water, houden!

Gespannen varen we door. Zo lijkt het op te lichten en zo trekt het weer dicht. Soms is het zicht ineens 500 meter, zo weer naar enkele tientallen meters. Koud is het niet, ondanks dat het maar 4 graden is. Rob heeft zijn zeilbroek aan, twee fleece truien en daarover een fleecevest. Hij ziet helemaal wit van de fijne mistdruppels die blijven hangen op zijn fleecevest en in zijn haar en wimpers.

Bij het naderen van de kardinaal van het Vrouwenzand, op drie mijl afstand van Stavoren, gebeurt waar we al uren op wachten. We varen de mist van het een op het andere moment uit en koesteren ons daarna in de (voor ons gevoel) warme zon.

Terwijl we koers verleggen naar Stavoren om te overnachten en morgen zondag terug te gaan, bedenken we ons dat we eigenlijk ook nog langs de moeder van Rob moeten. Als we pas morgen terug gaan naar Enkhuizen, wordt het al snel weer pas volgend weekend. We varen net lekker, maar besluiten toch om het roer om te gooien richting Enkhuizen. We kunnen daar altijd nog in het kommetje voor anker gaan en pas morgenochtend de box in te gaan.

Een kleine dertig minuten later zien we contouren van Enkhuizen verdwijnen in de nevel. Hm… dat klinkt als geen goed nieuws. 20 minuten varen we eerst de nevel en daar weer dikke mist in. Nog meer opletten hier dan vanochtend, want hier vaart zeker beroepsvaart. Gelukkig hebben die allemaal AIS en kunnen we ze goed volgen op de plotter.

Aangekomen in Enkhuizen wordt het geen ankeren. Als je toch niets ziet, kun je net zo goed in de box liggen. We blijven slapen aan boord en verkassen de volgende ochtend naar huis.